2.1 IDENTITEIT


De Eiber is een openbare basisschool. Dat betekent voor ons dat wij actief vorm geven aan de kenmerken van openbaar onderwijs, te weten:
 
Algemene toegankelijkheid
Onze school is toegankelijk voor alle leerlingen, ongeacht godsdienst of levensbeschouwing. Op deze gronden nemen wij principieel alle leerlingen aan (mits wij hen het voor hun passende onderwijs kunnen geven).
 
Actieve pluriformiteit
In ons onderwijs schenken wij op respectvolle wijze aandacht aan de verscheidenheid van levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in de Nederlandse samenleving.
 
Non-discriminatie
Onze school eerbiedigt ieders godsdienst of levensbeschouwing. Iedere vorm van discriminatie op grond van godsdienst, levensbeschouwing maar ook op grond van cultuur, sekse, etniciteit, persoonskenmerken, sociale status, seksuele geaardheid huidskleur, seksuele geaardheid wijzen wij af en voeren daarin een actief beleid naar kinderen en ouders.

2.2 BESTUURLIJKE MISSIE/VISIE


Onze school is onderdeel van Onderwijsstichting Arcade. Dit is een onderwijsinstelling voor kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar. De stichting geeft actief vorm aan de kenmerken van openbaar onderwijs (zie 2.1).
Vanuit de missie ‘goed onderwijs voor ieder kind’, werkt  Arcade met de kinderen aan hun ononderbroken ontwikkeling,

Het onderwijs op alle scholen van Arcade is passend bij de mogelijkheden van het kind. Er wordt een veilige leeromgeving geboden, waar naar kinderen wordt gekeken en geluisterd. Het onderwijsaanbod zal in balans zijn met de ontwikkelbehoefte van de kinderen, wat inhoudt, dat op de scholen van onderwijsstichting Arcade een leeromgeving is, waarin kinderen meer van hun brede talenten tot ontplooiing kunnen brengen.

2.3 MISSIE/VISIE SCHOOL


'Een school in beweging!'

2.3.1 Inleiding

Als schoolorganisatie zijn we voortdurend in ontwikkeling. Hierbij kan worden gedacht aan de ontwikkeling van onze leerlingen, maar ook zeker aan die van de leerkrachten. De wijze waarop we dit doen, lichten we hieronder toe.
Daarnaast zie je je beweging letterlijk terug middels bijvoorbeeld de wekelijkse dans- en dramalessen en diverse andere activiteiten en lessen.

2.3.2 Visie

Ontwikkelingsperspectief en differentiatie


Sociaal-emotioneel
Talentontwikkeling

Door uitdagend onderwijs aan te bieden zorgen we voor talentontwikkeling voor elk kind. We zorgen voor een brede vorming voor alle leerlingen en een toekomstgericht onderwijsaanbod. Digitalisering speelt hierbij een belangrijke rol. 
Op onze school zorgen we, naast het aanbod voor de cognitieve en sociale vaardigheden voor een breed aanbod op het gebied van cultuureducatie, techniek en creatieve vaardigheden.

Lerende organisatie

Nog belangrijker dan de methoden die onze school gebruikt, zijn de mensen die er werken. Gezamenlijk zorgen zij voor een duurzame ontwikkeling van onze organisatie. Zij zorgen ervoor dat de missie en visie van de school worden waargemaakt en dat werken op De Eiber een kansrijke onderneming is. De maatschappij verandert voortdurend en dus ook het onderwijs. Onze school is een lerende organisatie. De volgende vijf elementen staan hierbij centraal:  
Bouwen aan een lerende school betekent dat er met behulp van allerlei werkvormen, interventies, trainingen, e.d. gewerkt wordt rond deze vijf onderdelen.
Op basis van een goede zelfevaluatie door de school, en op basis van kennis over ‘wat werkt’, komt het lerarenteam tot gerichte verbeteracties, die worden geëvalueerd. De ontwikkeling van alle betrokkenen bij het onderwijs op onze school staat dan ook nooit stil, maar blijft volop in beweging!

Ouderbetrokkenheid

Op De Eiber beschouwen we de ouders als partners in de opvoeding. Wij communiceren op professionele wijze met ouders. Wij zijn duidelijk in wat wij van ouders verwachten en wat ouders van ons mogen verwachten. Wij informeren ouders duidelijk en op tijd over zaken aangaande de schoolorganisatie en over de ontwikkeling en begeleiding van hun kind.

Kwaliteit

Op onze school toetsen we onze kwaliteit aan onze eigen visie en aan het toezichtkader van de inspectie. We doen dit in een cyclisch proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. We realiseren goede opbrengsten zowel op cognitieve als sociale vaardigheden. Onze resultaten liggen minimaal op het landelijk gemiddelde in vergelijking met scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie.
Onze ouders en leerlingen zijn tevreden over ons geboden onderwijs en ons schoolklimaat.


 

2.4 ONDERWIJSRESULTATEN


De school werkt volgens de principes van het geven van onderwijs op maat (Handelingsgericht werken). De afgelopen jaren hebben we hiermee een begin gemaakt. De komende jaren willen we dat beleid verder uitbouwen. Hoge onderwijsopbrengsten vinden we belangrijk. Wij streven bij alle cognitieve vakken naar resultaten die op het landelijk gemiddelde liggen.
Voor een overzicht van onze opbrengsten verwijzen we naar hoofdstuk 4.

2.5 BASISVAARDIGHEDEN


Wij hechten veel belang aan een goede beheersing van de basisvaardigheden (lezen, taal, rekenen). Daarnaast willen wij met ons onderwijs zoveel mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden van het kind. Met onze zorgstructuur geven wij de kinderen de nodige begeleiding en streven hiermee naar een optimale ontwikkeling. Dat alles moet leiden tot goede resultaten, zodat er een stevige basis wordt gelegd voor het succesvol volgen van voortgezet onderwijs. Maar met ons onderwijs beogen we meer.
Naar onze mening heeft de school ook een opvoedende taak. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen leren samenwerken, verantwoordelijkheid kunnen dragen en zelfstandig kunnen werken. Daarbij dienen ze te weten wat er in de wereld om hen heen speelt. Om dit allemaal te realiseren is een geregeld contact tussen school en ouders noodzakelijk.

2.6 ZELFSTANDIG WERKEN


Met ons onderwijs proberen wij kinderen ook een zekere mate van zelfstandigheid aan te leren. Door kinderen te leren zelfstandig te werken, verwachten we een bijdrage te leveren aan de karaktervorming van leerlingen en een goede leerhouding te ontwikkelen.
De leerlingen kunnen zelfstandig werken als zij in staat zijn langere tijd zonder hulp van de leerkracht te werken. Bij het zelfstandig werken leren kinderen belangrijke vaardigheden zoals het leren hulp vragen aan medeleerlingen, het hanteren van regels, maar ook rekening houden met elkaar. Een goed ingevoerd systeem van zelfstandig werken geeft een leerkracht de mogelijkheid met groepjes leerlingen of een individuele leerling te werken. Zo kan de school inspelen op de verschillende leermogelijkheden en leerbehoeften van de kinderen.

2.7 TABLETS


Op De Eiber gebruiken we tijdens een deel van het onderwijs tablets. Vanuit onze visie op onderwijs en op de kinderen vinden wij het gebruik van tablets met de Snappet-methode een kansrijk middel omdat we vinden dat:


Snappet biedt leerstof voor de vakgebieden rekenen, taal, woordenschat, spelling, lezen en voor de diverse zaakvakken in de groepen 4 t/m 8.
Iedere leerling ontvangt een chromebook, waarop de inhoud van de applicaties per vakgebied ontsloten wordt.
Snappet werkt zowel met een omgeving voor de leerling als voor de leerkracht (het zogenaamde ‘dashboard’). 
Snappet geeft de leerling directe feedback op eigen werk: leerlingen zien door middel van een krul of een kruis of hun antwoord goed is. 

De leerling kan op twee manieren met Snappet werken: klassikaal (waarbij de lijn van de methode wordt gevolgd) en adaptief (waarbij de leerling op zijn eigen niveau aan specifieke leerdoelen werkt). Op basis van de manier waarop de leerling de opgaven heeft gemaakt, biedt de tablet de leerling via een ‘plusknop’ opgaven aan op zijn niveau. Naast de dagelijkse les kunnen leerlingen hierdoor extra oefenen en nieuwe verdiepingsopdrachten maken. Het systeem past op basis van het resultaat van de gemaakte opgaven het niveau aan. Snappet maakt het tevens mogelijk om extra te oefenen aan eigen leerdoelen. Snappet houdt van de leerling de top 10 van minst gescoorde leerdoelen bij. Aan deze leerdoelen kunnen kinderen naast de inhoud van de Snappet-les van die dag werken. Snappet geeft tenslotte ook de mogelijkheid om opdrachten voor te laten lezen (via een tekstto-speech engine).

2.8 JAARKLASSEN & GROEPSGROOTTE


Op onze school werken we met het leerstofjaarklassensysteem, waarbinnen gedifferentieerd wordt. Dit betekent dat de kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar in de groep zitten en dat zij gezamenlijk de leerstof voor dat leerjaar verwerken. Het is mogelijk dat er bij een aantal vakken verschillende niveaus gehanteerd worden en dat ten behoeve van een aantal leerlingen die extra zorg nodig hebben, met individuele programma’s wordt gewerkt.
Op onze school werken we met enkele jaargroepen en combinatiegroepen. Dit is afhankelijk van het aantal leerlingen in een jaargroep.
De grootte van de groepen varieert. Er zitten ongeveer 20 (onderbouw) tot 30 leerlingen in een groep. Landelijk gezien zijn dit gangbare aantallen. De maximale groepsgrootte is 35 leerlingen. We kijken hierbij ook naar het aantal leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte. Indien dit aantal relatief hoog is, wordt het maximum aantal leerlingen per groep naar beneden bijgesteld.

2.9 DE KERNDOELEN


Het ministerie van Onderwijs heeft voor alle vakken kerndoelen vastgesteld. Kerndoelen zijn doelen waaraan het onderwijs op een school moet voldoen. Ze beschrijven in grote lijnen wat elke leerling in ieder geval moet worden aangeboden. Het onderwijsaanbod van de school moet op deze kerndoelen aansluiten. Er zijn twee soorten kerndoelen voor het basisonderwijs: leergebiedoverstijgende en leergebiedspecifieke kerndoelen.

2.9.1 LEERGEBIEDOVERSTIJGENDE KERNDOELEN


Dit zijn kerndoelen die gericht zijn op het ontwikkelen van algemene vaardigheden. Ze zijn gegroepeerd rond 6 thema’s:
• De ontwikkeling van een zelfstandige werkhouding
• Het leren werken volgens een plan
• Het kunnen gebruiken van verschillende leerstrategieën
• De ontwikkeling van een zelfbeeld
• Het kunnen hanteren van nieuwe media (computeronderwijs)
• Het kunnen omgaan met anderen

2.9.2 LEERGEBIEDSPECIFIEKE KERNDOELEN


Dit zijn kerndoelen die betrekking hebben op een bepaald leergebied. Er zijn 6 leergebieden:
• Nederlandse taal
• Engelse taal
• Rekenen/Wiskunde
• Oriëntatie op mens en wereld (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur- en milieu)
• Lichamelijke opvoeding (bewegingsonderwijs)
• Kunstzinnige oriëntatie (tekenen, handvaardigheid, muziek)

Voor een uitgebreide beschrijving van de kerndoelen zie: www.minocw.nl (zoek: kerndoel). De school is vrij in de manier waarop het onderwijs wordt gegeven. De Inspectie voor het Onderwijs voert controles uit op de alle scholen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken.

2.10 PEDAGOGISCH KLIMAAT


Bij onze visie heeft u al kunnen lezen dat de zorg voor het pedagogische klimaat en in het bijzonder de zorg voor sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen een speerpunt is op onze school.
Ter aanvulling van de reeds eerder beschreven doelen (zie hoofdstuk 2.3) lichten wij de werkwijze van de Kanjertraining hieronder nader toe.
 
Het welbevinden van onze kinderen op school en de sfeer in de klas en in de school vinden wij als team heel erg belangrijk. De Kanjertraining kan daaraan een extra bijdrage leveren. Daarom geven wij de training in alle groepen op onze school.
De Kanjertraining heeft als doel dat een kind positief over zichzelf en anderen leert denken. De pijlers waarop de Kanjertraining is gebouwd, zijn:

We vertrouwen elkaar
We helpen elkaar
Niemand speelt de baas
Je bent niet zielig
We lachen elkaar niet uit




In de Kanjertraining staan vier dierfiguren centraal, die ieder gekoppeld worden aan een kleur petje.

De tijger doet normaal en gedraagt zich als een kanjer. Hij komt voor zichzelf op zonder anderen bang te maken. De tijger geeft zijn mening, komt uit voor zijn gevoel en neemt anderen en zichzelf serieus.
Het gedrag van de tijger wordt gekoppeld aan het witte petje.

Het aapje doet overal lacherig over en neemt niets of niemand serieus. Hij probeert de lachers op zijn hand te krijgen en vriendjes te worden met de pestvogel om zo niet zelf gepest te worden. Bij het gedrag van het aapje hoort het rode petje.

De pestvogel vindt zichzelf heel wat en wil altijd de baas spelen. Andere kinderen zijn in de ogen van de pestvogel allemaal sukkels die maar beter naar hem of haar kunnen luisteren. Bij dit gedrag hoort het zwarte petje.

Het konijn is vaak bang en valt het liefst zo min mogelijk op. Het komt slecht voor zichzelf op en wordt vaak gepest. Het konijn kruipt vaak weg in een hoekje. Bij het gedrag van het konijn hoort het gele petje.

De uitgangspunten en onze werkwijze staan beschreven in het Kanjerprotocol. Dit document kunt u vinden door hier te klikken. Hierin staat beschreven hoe wij met diverse ‘Kanjer-gerelateerde’ situaties omgaan en wat wij van u als ouders verwachten.

2.11 PESTEN OP SCHOOL


We vinden het heel belangrijk dat ieder kind zich veilig en thuis voelt op onze school, pas dan kan het zich goed ontwikkelen. Kinderen moeten met plezier naar school kunnen gaan.
Als school nemen we het pesten serieus omdat ieder kind recht heeft op veiligheid. Ook ouders/verzorgers hebben recht op de veiligheid van hun kind. Pesten komt helaas overal en altijd voor. Wanneer een kind last heeft van pestgedrag lossen we het pestprobleem samen op; de pester, de gepeste, de ouders/verzorgers, de groep en de leerkrachten worden erbij betrokken.
Bij vermeend pestgedrag verwachten we dat de ouders/verzorgers de leerkracht hierover inlichten. De leerkracht onderzoekt het probleem en gaat met alle betrokken partijen het pesten aanpakken.
Hierbij worden de stappen gehanteerd die staan beschreven in het Kanjerprotocol.

2.12 BELEID BETREFFENDE CONFLICTEN


Conflicten tussen kinderen onderling of tussen kind en leerkracht proberen we te vermijden. Indien er toch sprake is geweest van een conflict, dan stelt de leerkracht de ouders/verzorgers hiervan telefonisch op de hoogte. Indien deze informatie alleen niet voldoende is, dan kan er een gesprek volgen met ouders/verzorgers en/of het kind. Samen worden er afspraken gemaakt en deze afspraken worden ook vastgelegd. Als het gaat om duidelijk grensoverschrijdend gedrag bij herhaling, dan kan de directeur de ouders/verzorgers verzoeken om hun kind op te halen van school. Herhaalt dergelijk gedrag zich, dan kan de school overgaan tot schorsing (zie elders in deze schoolgids).