5.1 HET VOLGEN VAN DE ONTWIKKELING VAN DE KINDEREN


Vanaf het moment dat een leerling de school binnenkomt volgen we de ontwikkeling van het kind. Indien een leerling moeilijkheden heeft met één of meer leergebieden, dan wordt aan deze leerling extra hulp geboden. Voor het signaleren van achterstand worden de gegevens van het dagelijkse werk in de klas gebruikt. Daarnaast worden in elke groep toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem afgenomen. In principe vindt dit twee maal per jaar plaats in januari en in juni. De toetsen van het leerlingvolgsysteem hebben betrekking op de vakgebieden rekenen, taal en lezen. Met behulp van dit systeem bewaken we de voortgang van het onderwijsleerproces van ieder kind.
Aan het eind van de schoolloopbaan wordt er een eindtoets afgenomen. 

5.2 DE ORGANISATIE VAN DE INTERNE BEGELEIDING


Aan De Eiber is een Interne Begeleider (ib-er) verbonden. De ib-er is op dinsdag en regelmatig op woensdag aanwezig. De taken van de ib-er zijn:

 

5.3 DE ZORGSTRUCTUUR


De leerlingenzorg kan op De Eiber op drie verschillende niveaus worden weergegeven.
In het zorgbeleidsplan worden de volgende zorgniveaus onderscheiden.

Niveau 0:     
De leerling heeft voldoende aan het reguliere groepsaanbod

Niveau 1a:     
De leerling heeft (meer of minder intensieve) ondersteuning nodig om de groepsdoelen te kunnen bereiken.

Niveau 1b:    
De leerling heeft weinig instructie en verwerkingsstof nodig om de groepsdoelen te bereiken.  We hebben het hier dus over meer presterende leerlingen.

Niveau 2a:    
Voor deze leerlingen is het niet mogelijk om de groepsdoelen te bereiken, ook niet wanneer die beperkt worden tot minimumdoelen. We hebben het over de leerlingen voor wie een ontwikkelingsperspectief wordt opgesteld.
    
Niveau 2b    
Voor deze leerlingen zijn de groepsdoelen niet toereikend, ook niet wanneer aanvullende verrijkingsdoelen worden opgesteld. Het betreft hier hoogbegaafde leerlingen die aangewezen zijn op versnellen.

5.4 DE EXTERNE DESKUNDIGEN


Onze school doet regelmatig een beroep op externe deskundigen:

Een externe deskundige wordt ingeschakeld als de school extra advies wil inwinnen hoe een probleem het beste kan worden aangepakt. Voordat een externe deskundige ingeschakeld wordt, wordt er overleg gepleegd met de ouders. Een leerling wordt pas getest als daarvoor toestemming van de ouders is verkregen.

5.5 SIGNALEREN VAN UITVAL


Uitval van leerlingen wordt geconstateerd door:

 

5.6 GROEPSPLANNEN


Op onze school werken wij vanuit de systematiek van 1-Zorgroute waarbij afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van leerlingen centraal staat. Op groepsniveau betekent dit het cyclisch, handelingsgericht werken met groepsplannen. De leerkracht stelt op basis van toetsresultaten en observatiegegevens een groepsoverzicht op waarin de onderwijsbehoeften van alle kinderen weergegeven zijn. Dit groepsoverzicht vertaalt de leerkracht in een groepsplan voor de gehele groep. De leerkracht en de intern begeleider bespreken dit groepsplan in de groepsbespreking.
Iedere cyclus handelingsgericht werken wordt afgesloten met een groepsbespreking, waarvan de evaluatie de start is van een nieuwe cyclus. Naar aanleiding van de groepsbespreking stelt de leerkracht het groepsplan zo nodig bij.
Leerlingen met extra onderwijsbehoeften die onvoldoende profiteren van het groepsplan worden besproken in de leerlingbespreking. De extra onderwijsbehoeften en de wijze waarop hieraan tegemoet gekomen wordt in het groepsplan of in een individueel ontwikkelingsperspectief (OPP), wordt besproken met ouders of verzorgers. Er wordt gestreefd naar zo weinig mogelijk individuele handelingsplannen.

5.7 PASSEND ONDERWIJS


Passend onderwijs is de naam voor hoe we er binnen het onderwijs voor zorgen dat alle kinderen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.
De bedoeling van Passend onderwijs is dat kinderen zoveel mogelijk dichtbij huis, op de eigen basisschool, onderwijs krijgen dat bij hen past.
Hoe we op onze school kinderen, die dat nodig hebben, extra hulp en aandacht geven leest u elders in dit hoofdstuk.
In het kader van Passend onderwijs werken we nauw samen met scholen voor speciaal basisonderwijs en voor speciaal onderwijs. We doen dat binnen het Samenwerkingsverband Passend onderwijs Veld Vaart & Vecht. Dat zijn alle scholen in de regio Coevorden-Hardenberg-Ommen-Dalfsen. Alle informatie over Passend onderwijs in onze regio is te vinden op www.veldvaartenvecht.nl. Het samenwerkingsverband is onderverdeeld in vier afdelingen. Onze school valt onder de afdeling Slagharen.
Wanneer we specialistische hulp nodig hebben bij de begeleiding van een leerling, kunnen we daarvoor terecht bij de collegiale consulenten (cc-ers)  en ambulant begeleiders (ab-ers)die werken voor afdeling Slagharen van Veld Vaart & Vecht. Ze zijn gespecialiseerd op het gebied van o.a. leer- en gedragsproblemen, taal-spraakproblematiek en dyslexie. Ook kunnen we altijd een beroep doen op één van de orthopedagogen van onze stichting.
Deskundigen vanuit het speciaal onderwijs kunnen we eveneens gemakkelijk om advies vragen. 
Wanneer we specialisten van buiten onze school willen inschakelen gebeurt dat overigens altijd in overleg met de ouders.
Soms heeft een leerling intensieve ondersteuning nodig die onze school niet kan bieden en die alleen op het speciaal (basis)onderwijs geboden kan worden. Met instemming van u als ouders melden we de leerling dan aan bij de Commissie Arrangeren en Toewijzen (CAT) van afdeling Slagharen. Als ouders wordt u – net als de school – uitgenodigd om bij een deel van de CAT-bespreking aanwezig te zijn. De CAT beslist vervolgens of de leerling toelaatbaar is op het speciaal (basis)onderwijs.
Als een kind naar een speciale (basis)school gaat, wordt regelmatig bekeken of de intensieve ondersteuning van de speciale (basis)school nog nodig is voor de leerling. Als de leerling weer voldoende heeft aan de ondersteuning die de basisschool kan bieden, gaat de leerling terug naar de basisschool. Dit vanzelfsprekend altijd in goed overleg met de ouders én alleen wanneer duidelijk is dat de leerling tot en met groep 8 op zijn / haar plek zal zijn op de basisschool.
Meer informatie over de scholen voor speciaal (basis)onderwijs en over de CAT vindt u eveneens op www.veldvaartenvecht.nl

5.8 ONDERSTEUNINGSTEAM


Op alle basisscholen in de gemeente Hardenberg is een ondersteuningsteam. In dit team worden vragen of zorgen van school en/of ouders over de ontwikkeling van kinderen besproken. Het gaat vaak over opvoeding, gedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling. Bij een ondersteuningsteam bespreking zijn altijd de intern begeleider van school, de schoolmaatschappelijk werker van het Samen Doen team en de jeugdverpleegkundige van de GGD aanwezig. De ouders worden uitgenodigd voor de bespreking. Afhankelijk van wat de vraag is, kunnen nog andere deskundigen aanwezig zijn bij de bespreking, zoals bv. de orthopedagoog. Hiervan bent u dan vooraf al op de hoogte gesteld.
Doel van de bespreking is om samen na te gaan wat er nodig is om er voor te zorgen dat het kind zich goed kan (blijven) ontwikkelen. Zo nodig zorgt de Samen Doen-medewerker er na afloop voor dat voor ouders en/of kind snel de ondersteuning wordt geregeld die daarvoor noodzakelijk is. Dat gebeurt uiteraard altijd in nauw overleg met de ouders. 

Werkafspraken rond privacy in het kader van CAT en zorgteam

Aanmelding bij zorgteam
-    Voor aanmelding bij zorgteam is schriftelijk toestemming van de ouders nodig.
-    De ouder dient daarbij toestemming te geven voor:
*    het verzenden van info door de school naar externe partijen in het zorgteam (CJG)
*    voor het raadplegen van het GGD-dossier door de CJG-vertegenwoordiger
-    Wanneer de ouders bij het zorgteam aanwezig zullen zijn en ze vooraf geen schriftelijke toestemming hebben gegeven, mag de school geen informatie doorgeven aan de externe partijen (CJG), de naam van het kind niet doorgegeven worden en de bespreking niet doorgaan wanneer de ouders onverhoopt niet aanwezig blijken te zijn bij de zorgteambespreking.

Aanmelding bij CAT
-    Voor aanmelding bij het CAT is schriftelijk toestemming van de ouders nodig.
-    De ouder dient daarbij toestemming te geven voor:
*    het verzenden van info door de school naar het CAT
*    voor het raadplegen van alle bij de verschillende instanties (GGD, De Kern, BJZ, etc.) aanwezige informatie over het kind

Verslaglegging
-    Per school (zorgteam) zijn er  afspraken over het beschikbaar stellen van de verslaglegging aan ouders, aansluitend bij het beleid van de school. Ouders hebben altijd het recht de verslagen in te zien.
-    Van een CAT-bespreking wordt het resultaat van de CAT-bespreking schriftelijk vastgelegd. Deze samenvatting wordt de ouders toegestuurd.

Geen toestemming, wel instemming
-    De school informeert de ouders schriftelijk dat ze voornemens is de leerling te bespreken in zorgteam / CAT.
-    Wanneer de ouders bezwaar maken, kan de leerling niet besproken worden.
-    Wanneer de ouders niet reageren / geen bezwaar maken, mag de leerling besproken  worden. Daarbij gelden dan de volgende gedragsregels:
*    De school brengt alleen gegevens in die directe relevantie hebben voor de problematiek.
*    Externe partners beperken zich tot het verstrekken van ‘buitenkantinformatie’: is de leerling bekend (geweest) bij de instantie en wanneer?

Geen toestemming
-    Indien ouders geen toestemming geven, kan een kind anoniem ingebracht worden in zorgteam / CAT.
-    Bespreking dient ter ondersteuning van de inbrenger.
-    Van de bespreking komen er geen aantekeningen in het dossier van het kind. Een ieder kan wel werkaantekeningen voor eigen gebruik maken.

Zwaarwegende zorgen
-    Bij ernstige zorgen over de veiligheid van het kind én bij zorgen dat toestemming regelen de situatie kan compliceren of de ernst vergroten mag een kind toch ingebracht worden in een zorgteam / CAT.
-    Informatie over vervolgacties komt niet in het leerlingdossier. Werkaantekeningen voor eigen gebruik zijn mogelijk. De informatie komt wel in het kinddossier van GGD en De Kern. In het vervolgtraject start BJZ of de Raad voor de Kinderbescherming met eigen dossiervorming.

Verzending van informatie
-    Per mail wordt alleen geanonimiseerde informatie verzonden.
-    Wanneer anderszins digitaal persoonsinformatie wordt uitgewisseld, mag dit alleen wanneer er sprake is van een beveiligde omgeving (afgeschermd(e) netwerk, website)
-    Informatie die persoonsgegevens bevat mag per post verstuurd worden.

Rechten van verzorgers (anders dan de ouders)
-    Pleegouders hebben formeel geen rechten.
-    Stiefouders hebben formeel geen rechten.
-    Adoptieouders hebben dezelfde rechten als natuurlijke ouders.
-    Ouders, ontzet uit de rechterlijke macht, hebben geen rechten.
-    Ouders van een kind met een OTS hebben recht op informatie, maar het belang van kind is daarbij leidend.

5.9 INTERNE DOORSTROOM


De basisschool duurt in de regel 8 jaar. Dat staat zo in de wet en dat is op onze school ook het uitgangspunt. Het onderwijs op onze school is er op gericht om gedurende die 8 jaar onze leerlingen zo adequaat mogelijk te begeleiden in hun ontwikkeling met oog voor een goede doorgaande lijn. Er zijn kinderen bij wie die ontwikkeling veel sneller gaat dan gemiddeld. Er zijn ook kinderen bij wie de ontwikkeling veel langzamer gaat dan gemiddeld of gedurende langere tijd stilstaat. Met een op maat gerichte aanpak kunnen we tegemoet komen aan meer specifieke onderwijsbehoeften van deze kinderen. Daar wordt u als ouders ook tijdig over geïnformeerd en bij betrokken. Er kunnen zich gevallen voordoen waarbij we uiteindelijk tot de conclusie kunnen komen dat kinderen gebaat zijn met een versnelde doorstroom (een klas overslaan) of een vertraagde doorstroom (doublure / zittenblijven). Een besluit daartoe nemen we zorgvuldig en weloverwogen op grond van een aantal vaste criteria. Tijdige inschakeling en betrokkenheid van ouders is een voorwaarde voor de school om tot een besluit te komen. Bij de besluitvorming wordt de inbreng van de ouders meegewogen.
Uiteindelijk neemt de school de beslissing. 

5.9.1 De aansluiting van groep 1 naar groep 2 / van groep 2 naar groep 3


Leerlingen kunnen doorstromen, wanneer ze naar het oordeel van de groepsleerkracht en IB’er voldoen aan de criteria van de volgende groep. Hierbij kijken we naar:

- de leerlijnen van Onderbouwd;
- de Cito-toetsen ‘Taal voor kleuters’ en ‘Rekenen voor Kleuters’;
- de dyslexiescreening;
- de leeftijd van het kind;
- de ontwikkeling van het kind voor het hier kwam;
- de mening van de ouders;

Als wij vragen hebben over de ontwikkeling van een leerling kunnen we een beroep doen op de   CC-er of de orthopedagoog van ons samenwerkingsverband. Soms is het wenselijk een uitgebreid onderzoek te doen om de ondersteuningsbehoefte van een leerling goed in kaart te brengen.

Doublure
Regelmatig worden wij met het feit geconfronteerd dat kinderen aan het eind van het leerjaar niet het vereiste niveau bereikt hebben. Dan komt de vraag aan de orde of het voor dit kind zinvol is om het jaar nog een keer over te doen of dat het kind doorgaat met een aangepast programma of een eigen leerlijn. Er moeten dan een aantal afwegingen gemaakt worden, waarbij de opmerking geplaatst kan worden dat ieder kind anders is. Het is niet mogelijk om exact aan te geven wanneer een kind moet blijven zitten. Wel zijn hieronder een aantal overwegingen geformuleerd, die een rol spelen bij de uiteindelijke beslissing.

- Het bereikte eindniveau
Uit de Cito- en de methodegebonden toetsen kan het niveau per vak worden vastgesteld. Ook het dagelijks werk wordt bekeken en meegeteld. Een kind wat op twee of meer hoofdvakken uitvalt (IV of V bij Cito), komt in aanmerking om te blijven zitten. Hoofdvakken noemen wij technisch lezen, begrijpend lezen, rekenen en taal.

- De soc.emotionele ontwikkeling van een kind
Hoe voelt het kind zich? Kinderen die doorlopend op de tenen moeten lopen, worden zwaar belast. Dat kan negatieve gevoelens oproepen. Het zelfvertrouwen kan beschadigd worden. Deze kinderen zijn vaak gebaat bij een extra jaar in de groep. Ze fleuren dan helemaal op. Het zelfvertrouwen wordt hersteld.
Belangrijk is tevens om te kijken naar de positie van het kind in de groep.
Voelt het kind zich aangetrokken tot leeftijdsgenootjes of speelt het misschien juist liever met jongere kinderen. Voor individuele kinderen kunnen enkele instrumenten/programma’s worden gebruikt.


Deze gegevens kunnen worden gebruikt in overlegsituaties met ouders, externe deskundigen en het handelingsplan.

- De leeftijd van het kind
Bij een vroege leerling zal eerder een doublure overwogen worden dan bij een late leerling. Een doublure zal meestal in groep 3 t/m 5 plaatsvinden, omdat daar de basis wordt gelegd. In groep 6 t/m 8 zal een kind in de meeste gevallen meer gebaat zijn bij een aangepast programma.

- Wat verwachten we van het zittenblijven?
Denken we dat het zinvol is? Er zijn kinderen die zich nu eenmaal wat trager ontwikkelen. Juist deze kinderen zijn gebaat bij een doublure.
Indien er sprake is van een intelligentietekort zal het hooguit een tijdelijke oplossing zijn. Deze kinderen zullen al weer snel ‘ingehaald’ worden door de groep. Toch kan ook voor deze kinderen een doublure aan te bevelen zijn bijv. om een adempauze te creëren.
Soms is een doublure dan niet de juiste optie en kan het kind met een aangepast programma wel doorstromen. Ieder kind is uniek en zo zal dit ook bekeken moeten worden.

- Hoe denken de ouders erover
Belangrijk is om goed met de ouders te communiceren in geval van mogelijk doubleren. Tijdig zal er met de ouders een eerste overleg plaats vinden.
Ouders worden dan in deze gevallen uitgenodigd voor een gesprek op school. Vanzelfsprekend leent ook de contactavond zich hiervoor.
Indien het niet lukt tot een gezamenlijk besluit te komen, neemt de school de eindbeslissing.

Het algemene stappenplan ziet er als volgt uit:

Sept.-nov.:  
- signalering
Okt.-nov.: 
- intern overleg
- communicatie met ouder
Hele jaar door: 
- analyse problemen
- verzamelen gegevens
- hulp bieden
Apr.-mei-jun.: 
- beslissing wel of niet doubleren
- van dit gesprek wordt een verslag gemaakt
- Ouders zetten hun handtekening op het gespreksverslag. Hiermee geven ze aan dat ze op de
   hoogte zijn van het doubleren van hun kind.

5.9.2 Versnellen


Af en toe hebben we op onze school te maken met een kind waarvan we vermoeden dat het zinvol zou zijn dit kind versneld door de basisschool te laten gaan.
Onderstaande punten bieden dan een denkkader, om het nemen van de beslissing in goede banen te leiden.

-    Het bereikte eindniveau
Met behulp van Citotoetsen, Onderbouwd en methodegebonden toetsen kunnen we bekijken hoe ver een kind in zijn of haar ontwikkeling is. Als de voorsprong groot is op meerdere gebieden (bijv. een jaar) kan er overwogen worden dit kind de mogelijkheid tot versnellen te bieden.
Voor jonge kinderen geldt dat ook goed gekeken moet worden naar de ontwikkeling van de motoriek.

-    De soc.emotionele ontwikkeling van een kind
Is het kind er aan toe om in een klas met oudere kinderen te zitten?
Hoe is de samenstelling van de groep waarin het kind dan komt?
Heeft het al vriend(innet)jes in deze groep?
Zal het kind zich thuisvoelen in de nieuwe klassensituatie?

-    De leeftijd van het kind
Het spreekt vanzelf dat bij oudste kinderen van een groep de vraag tot versnellen eerder gesteld zal worden dan bij een jonger kind van de groep.

-    Wat verwachten we van het versnellen?
Meestal zal er een aanleiding zijn, die deze vraag oproept. Het kan zijn dat het kind niet voldoende uitdaging krijgt in de huidige situatie, er kan sprake zijn van onderpresteren.
In ieder geval moet de verwachting zijn, dat het kind zich zonder al te veel problemen aan zal kunnen passen in de nieuwe groep.

-    Hoe denken ouders erover?
Ouders horen vanaf het begin betrokken te worden bij de besluitvorming.
School en ouders zullen samen alle punten goed moeten overwegen voordat deze toch ingrijpende beslissing tot versnellen genomen wordt.

5.10 EIGEN LEERLIJN


Kinderen kunnen zowel op een vertraagde als een versnelde leerlijn (zie 5.11) geplaatst worden. Een kind kan alleen op een vertraagde leerlijn geplaatst worden als dat door een intelligentieonderzoek ondersteund wordt. Een kind krijgt een eigen leerlijn indien:
• het een rugzakje heeft en op geïndiceerd gebied een achterstand van meer dan een half jaar heeft;
• het op een enkel vakgebied of enkele vakgebieden (rekenen en taal) niet het gemiddelde groepsniveau heeft bereikt;
• de resultaten van de Cito-toetsen lager zijn dan een IV score;
• het extra hulp middels handelingsplannen heeft en dat geen of te weinig effect heeft.

Een kind met een eigen leerlijn zal op het betreffende vakgebied niet het eindniveau van groep 8 halen.

5.11 BELEID (HOOG)BEGAAFDHEID


Onderwijsstichting Arcade vindt dat alle leerlingen goed onderwijs verdienen. We willen er zorg voor dragen dat ook de (hoog)begaafde leerlingen een ononderbroken ontwikkeling doormaken. Mocht blijken dat de school een duidelijke hulpvraag heeft, omdat niet optimaal aan de onderwijsbehoeften kan worden voldaan, dan biedt Arcade de bovenschoolse groepen ‘Breinstein’. De Breinsteingroep biedt een uitdagende en veilige leeromgeving waarin doelen voor leren leren, leren denken en leren leven centraal staan. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de leerkracht.
 
Binnen de school zorgen we dat leerlingen die extra uitdaging nodig hebben, dit krijgen. Deels maakt dit onderdeel uit van de lesmethodes en als dit niet toereikend is wordt er een aanvullend programma aangeboden.

5.12 DYSLEXIE


Dyslexie is een stoornis in de automatisering van het leesproces (woordidentificatie) en/of schriftbeeldvorming, waardoor het lezen zich niet, onvolledig of moeizaam ontwikkeld.
Bovendien is door planmatige en doelgerichte hulp van ongeveer 6 maanden geen langdurige verandering in positieve zin tot stand gekomen. Vanaf groep 5 kan er definitief dyslexie worden vastgesteld. Dit heeft te maken met het aantal jaren leesonderwijs dat een kind gehad moet hebben.
Onze school beschikt over een protocol dyslexie (te vinden op het beveiligde deel van onze website).
Op school ondersteunen we de dyslexieleerlingen op de volgende manieren:

 

5.13 VOORTGEZET ONDERWIJS


Wij streven ernaar dat de kinderen na acht jaar basisonderwijs een goede basis hebben, zodat ze verder kunnen in het voortgezet onderwijs. In overleg met de ouders/verzorgers wordt bepaald, daarbij uitgaande van de mogelijkheden van het kind, naar welke vorm van voortgezet onderwijs het kind gaat. De leerkracht geeft een advies waaraan een aantal gegevens ten grondslag ligt.
Er wordt gekeken naar toetsresultaten zoals de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem en de NIO-toets, het beeld wat de leerkracht van het kind heeft en de wens van het kind zelf. Ook spelen persoonlijksheidskenmerken een belangrijke rol. De NIO-toets geeft inzage in zowel de cognitieve kennis van de kinderen als de werkhouding. Na deze toets vindt er een individueel schoolkeuzegesprek plaats tussen ouders/verzorgers en de leerkracht van groep 8. Vanuit onze school stromen de meeste kinderen door naar De Zeven Linden en het Vechtdal College. Uiteraard zijn er meer scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio en is het mogelijk dat een kind daar ingeschreven wordt. Voordat de kinderen naar het VO gaan hebben we contact met de brugklascoördinator van de school.
Tijdens het eerste jaar in het VO is er ook nog overleg over de vorderingen van de kinderen.


De uitstroom naar het Voortgezet Onderwijs zag er de laatste jaren als volgt uit:

Onderwijstype 2014-2015 2015-2016 2016-2017
VWO 1 2 1
HAVO/VWO     8
HAVO 3 1  
VMBO TL/HAVO   4 8
VMBO TL/MAVO 3 3  
VMBO Kader/TL/MAVO     5
VMBO Kader 4 4 1
VMBO Kader met LWOO 2    
VMBO Basis/Kader     1
VMBO Basis 1    
VMBO Basis met LWOO 2 1 3
Praktijkonderwijs     1
       
Totaal aantal leerlingen 16 15 28


Opmerkingen:


5.14 ONDERWIJSKUNDIG RAPPORT


Voor leerlingen die bv. door verhuizing de school verlaten, maakt de leerkracht een onderwijskundig rapport. In dit rapport staat volgens welke methodes er is gewerkt en hoe ver het kind is gevorderd.
Het onderwijskundig rapport wordt, samen met de uitschrijving, aan de ontvangende school gestuurd zodat de groepsleerkracht van de nieuwe school dan een plan voor uw kind kan maken.

5.15 LEERLINGDOSSIER


In het leerlingendossier staan onder meer notities van het team over uw kind, van gesprekken met u, van speciale onderzoeken, de toets en rapportgegevens en de plannen voor extra hulp aan uw kind. Het dossier is vertrouwelijk. U hebt als ouder het recht om dit dossier in te zien na een afspraak met de directie of ib-er.
Het kan zijn, dat de school het leerlingendossier aan bijvoorbeeld de advies- en begeleidingscommissie wil laten zien. Dat kan alleen als u daarvoor toestemming hebt gegeven.

5.16 GGD


Elk kind heeft het recht om gezond en veilig te kunnen opgroeien. De gemeente waarin jullie wonen heeft onze afdeling Jeugdgezondheidszorg gevraagd kinderen en hun ouders hierbij te ondersteunen. Bijvoorbeeld door gezondheidsonderzoeken te doen en vaccinaties te geven. Maar jullie kunnen ook tussendoor bij ons terecht. Onze jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en doktersassistenten denken graag met jullie mee.
Veel ouders kennen ons al van het consultatiebureau. In de basisschoolperiode nodigen we uw kind een paar keer uit voor een gezondheidsonderzoek of komen we op school om voorlichting te geven. Voor de gezondheidsonderzoeken ontvangen jullie een uitnodiging.

► Als uw kind 5 of 6 jaar oud is
Het gezondheidsonderzoek voor kinderen van 5 of 6 jaar is veranderd. We doen het onderzoek nu in twee delen. De doktersassistente komt eerst een keer op school voor een ogen- en gehoortest. Op een later moment nodigen we kind en ouder(s) uit bij ons op het consultatiebureau voor het tweede deel van het gezondheidsonderzoek door onze jeugdverpleegkundige.
► Als uw kind 10 of 11 jaar oud is
Tijdens dit onderzoek meet onze doktersassistente op school de lengte en het gewicht van uw kind. U vult als ouder van tevoren een vragenlijst in en kunt hier ook zelf vragen in stellen. Bijvoorbeeld over groei, ontwikkeling, gedrag en opvoeding. We nemen hierover dan contact met u op.
► Als uw kind in groep 8 zit
We komen in groep 8 een keer op school om voorlichting te geven over een gezonde leefstijl.
 
Tussendoor een vraag?
Als ouder weet u het beste hoe het met uw kind gaat. Maar twijfelt u ergens aan? Bel of mail ons. Of loop eens zonder afspraak binnen tijdens het inloopspreekuur! De tijden staan op onze website.
 
Contact afdeling Jeugdgezondheidszorg
Telefoon 088 443 07 02 (op werkdagen)
E-mail jeugdgezondheidszorg@ggdijsselland.nl
Website www.ggdijsselland.nl

5.17 PROTOCOL ‘MELDCODE KINDERMISHANDELING’


Met ingang van 2012 is de Wet Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling van kracht. Professionals zijn daarmee verplicht om bij signalen die wijzen op huiselijk geweld / kindermishandeling te handelen volgens de richtlijnen van de meldcode.
Hieronder een beknopte beschrijving van de meldcode en de manier waarop wij hier op school invulling aan geven.

De meldcode bevat een stappenplan met de volgende onderdelen.

1. Signalering
Als de leerkracht – of een andere functionaris binnen de school – signalen opvangt die mogelijk kunnen wijzen op kindermishandeling, wordt van de school verwacht deze signalen in kaart te brengen en vast te leggen.
Voor onze school geldt: Leerkracht en IB-er trekken hierbij gezamenlijk op.

2. Collegiale consultatie
Bespreek de signalen met een deskundige collega.
Voor onze school geldt: We bespreken de signalen – anoniem – met de medewerker van het CJG die aan onze school verbonden is en bespreken eveneens de vervolgstappen.

3. Gesprek met de ouders
In een gesprek met de ouders worden de signalen die aanleiding geven tot zorg besproken met  de ouders. Doel van het gesprek: zorgen delen en informatie verzamelen.
Voor onze school geldt: Bij stap 2 wordt afgesproken wie bij het gesprek met de ouders aanwezig zijn.

4. Zorg en veiligheid bepalen
Op basis van de signalen en de informatie uit het gesprek wordt een afweging gemaakt in hoeverre de veiligheid van het kind in het geding is.
Voor onze school geldt: Leerkracht en IB-er trekken hierin samen op. De jeugdverpleegkundige wordt – zo nodig anoniem – bij de afweging betrokken.

5. Toeleiding naar hulp of melden
Afhankelijk van de taxatie die bij stap 4 gemaakt is, worden de ouders toegeleid naar zorg/ondersteuning of wordt besloten tot een melding bij het AMK.
Voor onze school geldt: De toeleiding naar hulp wordt uitgevoerd door de jeugdverpleegkundige. Melding bij het AMK gebeurt altijd in samenspraak met de jeugdverpleegkundige.

Aanvullende opmerkingen
- Bij de concretisering van bovenstaande stappen maken we gebruik van diverse bronnen, zoals bijvoorbeeld de signaleringslijsten op www.zorgoog.nl.
- De stappen die we zetten registreren we beknopt in het leerlingdossier.
- Bovenstaand stappenplan zien we als richtlijn, waar we in voorkomende gevallen van afwijken. Daarbij blijven we wel handelen volgens de intentie van de meldcode (werk maken van signaleren, zorgen delen met de ouders, gebruik maken van externe deskundigheid).
- Wanneer er sprake is van een crisissituatie wordt van het stappenplan afgeweken en wordt zo snel mogelijk actie ondernomen om de veiligheid van het kind te waarborgen.
- Wanneer we zorgen hebben om de ontwikkeling van een kind, ook als het gaat om lichte zorgen, bespreken we die altijd met de ouders.
- Wanneer er zorgen zijn om de ontwikkeling van een kind, waarbij (ook) de situatie buiten school in het geding is, bespreken we dit – met toestemming van de ouders - met de jeugdverpleegkundige.
- Meldingen in VIS2 of DVI, de verwijsindexen die gebruikt worden in de provincie Overijssel en Drenthe, worden altijd gedaan door de CJG-medewerker (of een andere functionaris uit de zorg).