6.1 HET BELANG VAN DE BETROKKENHEID VAN OUDERS/VERZORGERS


Ouderbetrokkenheid is de betrokkenheid van ouders bij de opvoeding en het onderwijs van hun kind, zowel thuis als op school. Ouders en school hebben hierbij een gedeelde verantwoordelijkheid en daardoor ook diverse raakvlakken;

 
Communicatie

 
Vormen van ouderbetrokkenheid
 
Bij Ouderbetrokkenheid hoort ook de ouderparticipatie. Dat wil zeggen: de actieve deelname van ouders aan schoolactiviteiten. De hulp van ouders op De Eiber is onmisbaar. Niet alleen de Medezeggenschapsraad en de Ouderraad spelen hierbij een belangrijke rol, maar ook alle andere ouders/verzorgers. We tippen enkele activiteiten aan:

 
Aan het begin of het eind van het schooljaar ontvangt ieder gezin een ouderhulpformulier waarop aangegeven kan worden welke hulp u wilt bieden bij schoolse activiteiten. Ook wordt in de loop van het jaar regelmatig via de nieuwsbrief om hulp gevraagd bij diverse activiteiten. Als ouders/verzorgers op school meehelpen, gebeurt dat altijd onder verantwoordelijkheid van leerkrachten en uiteindelijk de directeur van de school. Een uitzondering hierop vormt de Medezeggenschapsraad. Zie volgende paragraaf. 

6.2 DE MEDEZEGGENSCHAPSRAAD (MR)


Elke school heeft verplicht een Medezeggenschapsraad. Zij heeft wettelijk geregelde rechten. De Medezeggenschapsraad bestaat uit 3 leerkrachten en 3 ouders/verzorgers. Elke ouder of verzorger waarvan een kind op school zit kan zich kandidaat stellen voor de MR. Er worden hiervoor verkiezingen georganiseerd. De MR heeft 2 soorten rechten:

1) Instemmingsrecht:
Elke geleding heeft instemmingsrecht over die zaken die voor haar van wezenlijk belang zijn, zoals: schoolbeleidsplan en veranderingen daarin, het schoolreglement en de manier waarop ouders/verzorgers bij de school worden betrokken.

2) Adviesrecht:
De Medezeggenschapsraad adviseert de directie over de plannen met de school. De raad is actief betrokken bij de voorbereiding van het schoolbeleid. De Medezeggenschapsraad vergadert eens in de zes weken. De vergaderingen zijn openbaar. De directeur heeft in de Medezeggenschapsraad een adviserende rol.

6.3 DE GEMEENSCHAPPELIJKE MEDEZEGGENSCHAPSRAAD (GMR)


De GMR is een overlegpartner van Het College van Bestuur en spreekt over onderwerpen die in het strategisch beleidsplan staan vermeld. De GMR is actief in de beleidsvoorbereiding en heeft, t.a.v. besluitvorming, instemming of adviesrecht dat is vastgelegd in het reglement. Bovenschoolse onderwerpen die jaarlijks aan de orde komen zijn bijv.:
• het vakantierooster
• het strategisch beleidsplan
• het zorgplan 

6.4 DE OUDERRAAD (OR)


Een groot aantal ouders vormt de ouderraad. Deze raad regelt, ondersteunt en organiseert in nauwe samenwerking met de directie en de leerkrachten onder andere de volgende zaken: Sinterklaasfeest, kerstfeest, schoolreisjes, een activiteit met Pasen, musical groep 8, verzekering ongevallen tijdens schooluren, schoolkamp, oudpapierinzameling etc.
Om al deze activiteiten mogelijk te maken, wordt aan de ouders per kind jaarlijks een bijdrage in de kosten gevraagd. Deze bijdrage wordt zo laag mogelijk gehouden en is kostendekkend. Hoewel het om een vrijwillige bijdrage gaat, zal het u duidelijk zijn dat bovengenoemde activiteiten alleen georganiseerd kunnen worden als de bijdrage ook daadwerkelijk wordt voldaan.
In het kader van nieuwe wetgeving heeft het bestuur van onze school een regeling opgesteld voor de vrijwillige ouderbijdrage. Deze regeling treft u elders in deze schoolgids.

6.5 COMMUNICATIE MET DE SCHOOL


6.5.1 NIEUWSBRIEF


1x per twee weken komt er een nieuwsbrief uit. Deze wordt digitaal verstuurd. Ook kan men de nieuwsbrief op de website, www.obsdeeiber.nl, lezen. Wanneer het nodig is krijgt u uiteraard tussentijds informatie.

6.5.2 WEBSITE


De school heeft een website waarop u alle relevante informatie kunt vinden. De schoolgids, de kalender, de nieuwsbrief, foto’s van diverse activiteiten, maar ook links naar interessante kindersites vindt u op de website. Het adres is: www.obsdeeiber.nl.

6.5.3 RAPPORTEN EN GESPREKKEN


U bent als ouder uiteraard geïnteresseerd in de vorderingen die uw kind op school maakt. Om u daarvan op de hoogte te stellen, verschijnt er twee maal per jaar een rapport. Er zijn drie contactmomenten. Voor het eerste en tweede wordt u door de groepsleerkracht(en) van uw kind uitgenodigd voor een gesprek. Bij het derde moment is er een contactmoment op verzoek van de ouders of de leerkracht. Bij de kleutergroepen is het derde en laatste contactmoment structureel ingepland en het eerste contactmoment niet. Tijdens deze gesprekken worden de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van uw kind besproken. Het kan natuurlijk voorkomen dat de leerkracht of u, als ouder, vaker behoefte heeft aan een gesprek. Als u vragen of opmerkingen heeft, blijf er dan niet mee rondlopen, maar neem contact op met de leerkracht. Wij doen omgekeerd hetzelfde.
In februari vinden er gesprekken plaats met de ouders/verzorgers van groep 8 over de definitieve keuze van het voortgezet onderwijs.
Verder wordt er aan het begin van het schooljaar een informatieavond gehouden. Op deze avond kunt u kennismaken met de (eventuele) nieuwe leerkracht van uw kind en krijgt u informatie over het onderwijs dat uw kind het komende schooljaar zal ontvangen.
Leerlingen die vanaf hun vierde verjaardag de school bezoeken, worden in één van de eerste maanden na hun vierde verjaardag door de groepsleerkracht thuis bezocht. Tijdens dit bezoek wordt met de ouders kennisgemaakt en worden bepaalde zaken van school en thuis uitgewisseld.
 
Voor leerlingen die extra ondersteuning van de interne begeleiding ontvangen worden extra gesprekken gearrangeerd. Veelal is bij deze gesprekken een orthopedagoog van het onderwijsadviescentrum aanwezig.

6.5.4 OUDERAVOND


Regelmatig worden ouders/verzorgers uitgenodigd voor een ouderavond.
Er is jaarlijks een informatieve ouderavond waarin u informatie over interessante, relevante onderwerpen krijgt, zoals het leesonderwijs of de Kanjertraining.

6.6 GESCHEIDEN OUDERS / VOOGDIJ


Hieronder volgt het protocol ‘Communicatie met gescheiden ouders’ en ‘Communicatie in geval van ondertoezichtstelling – voogdijmaatregel’

6.6.1 UITGANGSPUNTEN COMMUNICATIE MET GESCHEIDEN OUDERS


(algemeen beleid, Samenwerkingsverband Rondom de Vonder)
• Ook in geval van gescheiden ouders zijn het in de eerste plaats de ouders die verantwoordelijk zijn voor het onderling uitwisselen van informatie over hun kind.
• Bij kinderen van gescheiden ouders wordt informatie (nieuwsbrieven, uitnodigingen, aankondigingen, rapporten) in principe op dezelfde manier verstrekt (in sommige gevallen middels meegeven aan het kind) als het geval is bij kinderen van niet gescheiden ouders.
• Het is aan de ouders om onderling afspraken te maken over het op de hoogte houden van elkaar. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, kunnen de ouders / kan één van de ouders de school verzoeken om op een andere wijze op de hoogte gehouden te worden.
• Van de ouders wordt verwacht dat ze de school tijdig en volledig informeren over relevante veranderingen in de thuissituatie van de leerling.
• De school hanteert de officiële achternaam van de leerling.

6.6.2 WANNEER ÉÉN OUDER MET HET GEZAG BELAST IS


(algemeen beleid, landelijk)
• Als er één ouder met het gezag belast is (uitspraak van de rechter) heeft deze ouder de verplichting de andere ouder te informeren over gewichtige aangelegenheden.
• Wanneer de niet met het gezag belaste ouder de school om informatie vraagt, moet de school deze info geven. Het betreft hier alleen belangrijke feiten en omstandigheden, zoals de leerprestaties van het kind. Ook het ingaan van een zorgtraject valt hieronder.
• De school kan de ouder vragen om een schriftelijk bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat de ouder met het gezag belast is.
• De ouder die het gezag heeft, is degene die uiteindelijk beslist.
• Op verzoek van de niet met gezag belaste ouder kan de rechter een informatie- en consultatieregeling vaststellen.
• Ook kan de rechter beslissen niet in te gaan op verzoeken om informatie van de niet met het gezag belaste ouder.

6.6.3 WANNEER OUDERS GEZAMENLIJK HET GEZAG HEBBEN


(algemeen beleid, landelijk)
• Ouders moeten door de school gelijk behandeld worden. Beide ouders moeten door de school geïnformeerd worden over en betrokken worden bij de ontwikkeling van hun kind.
• Uitnodigingen worden aan beide ouders gericht.
• De ouders hebben de verantwoordelijkheid om gezamenlijk vorm te geven aan de betrokkenheid bij hun kind en bij de school.
• De ouders worden gezamenlijk uitgenodigd voor oudergesprekken. De school verwacht dat de ouders samen naar het gesprek komen.
• Wanneer een gezamenlijk gesprek een knelpunt blijkt, kan de school de schoolmaat-schappelijk werker vragen bij het gesprek aanwezig te zijn.
• Alleen in zeer bijzondere situaties waarbij zwaarwegende omstandigheden in het geding zijn, zal de school ingaan op het verzoek van één van de ouders om een individueel gesprek te plannen.
• Bovenstaande gedragslijn wordt ook gevolgd door het ZAT en de PCL van het samen-werkingsverband WSNS (zie 5.7).

6.6.4 ONDERTOEZICHTSTELLING


(algemeen beleid, landelijk)
• Bij een ondertoezichtstelling blijft het ouderlijk gezag in principe volledig in stand. Wel kan de gezinsvoogd dit gezag beperken.

6.6.5 VOOGDIJMAATREGEL


(algemeen beleid, landelijk)
• Wanneer de rechter een voogdijmaatregel uitspreekt, draagt hij het gezag over aan een instelling of een derde persoon (bijvoorbeeld pleegouders).
• In geval van pleegkinderen gaat de school na wie het gezag voert over de leerling.

6.7 KLACHTENREGELING


Wij doen ons best om een goede school te zijn. Dit betekent, dat wij graag meewerken aan de ontwikkeling van uw kind. Maar er kunnen situaties zijn, waarover u niet tevreden bent. Wij stellen het op prijs als u ons daarvan op de hoogte stelt. Wij kunnen dan zo snel mogelijk met u hierover praten. Samen met u kunnen we daarna op zoek gaan naar een passende oplossing.

Waarom een klachtenregeling?
Het schoolbestuur beschikt over een klachtenregeling. Hierin staat onder andere dat voor de afhandeling van klachten een vertrouwenspersoon is aangesteld.
Alle openbare scholen van Onderwijsstichting ARCADE zijn aangesloten bij de landelijke Commissie Onderwijsgeschillen. De klachtenregeling ligt op school ter inzage en is opgenomen in de Schoolgids.

Wat moet ik doen als ik een klacht heb over de school?
Als u een klacht heeft over de school, adviseren wij u om de hiernavolgende stappen 1 t/m 5 te doorlopen. U kunt ook rechtstreeks een klacht neerleggen bij de vertrouwenspersoon of bij de Commissie Onderwijsgeschillen, maar het verdient aanbeveling om een klacht zo mogelijk op te lossen op de plaats waar deze ontstaan is.
 

Stap 1: Groepsleerkracht
Als u klachten heeft over de gang van zaken in de groep, kunt u dit het beste bespreken met de betrokken groepsleerkracht(en).
 

Stap 2: Directeur (tevens contactpersoon)
Als praten met de groepsleerkracht naar uw mening geen oplossing biedt of wanneer u een klacht heeft over de algemene gang van zaken op school, dan kunt u contact opnemen met de directeur. Als u niet tevreden bent over de afhandeling van de klacht, dan zal de directeur u doorverwijzen naar het schoolbestuur.
 

Stap 3: Schoolbestuur
U kunt schriftelijk en ondertekend en binnen een jaar na het gebeuren een klacht indienen bij het schoolbestuur. Het schoolbestuur kan besluiten de klacht zelf af te handelen. Hiervan is sprake wanneer het schoolbestuur van mening is, dat de klacht op een eenvoudige wijze kan worden afgehandeld. Mocht dit na een enkel gesprek niet lukken, dan verwijst het schoolbestuur u door naar de vertrouwenspersoon.
Indien het schoolbestuur bij het bestuderen van de klacht van mening is dat de klacht niet op een eenvoudige wijze kan worden afgehandeld, dan verwijst het schoolbestuur u direct door naar de vertrouwenspersoon.
 

Stap 4: Vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon neemt kennis van uw klacht en gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. Zo nodig zal de vertrouwenspersoon u desgewenst begeleiden bij de indiening van uw klacht bij de Commissie Onderwijsgeschillen.
 

Stap 5: Commissie Onderwijsgeschillen
Als u uw klacht bij de landelijke Commissie Onderwijsgeschillen indient, betekent dit dat uw klacht aan een onafhankelijke commissie wordt voorgelegd. De klacht kan schriftelijk worden afgedaan of door middel van een hoorzitting. Hierin worden de klager en de aangeklaagde in de gelegenheid gesteld het woord te voeren.
De commissie komt uiteindelijk met een advies, met daarin een gemotiveerd oordeel over het al dan niet gegrond zijn van de klacht. Het schoolbestuur deelt het advies mee aan de klager en de aangeklaagde. Het schoolbestuur deelt tevens mee, of er naar aanleiding van het advies maatregelen moeten worden genomen en zo ja welke.

Voor een meer uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de website van de Commissie Onderwijsgeschillen.
 

Adressen en telefoonnummers
 

BESTUUR

College van Bestuur van
Onderwijsstichting ARCADE
Postbus 277
7770  AG  Hardenberg
Tel: 0523-624330
www.onderwijsstichtingarcade.nl
 

VERTROUWENSPERSOON

Mevr. Godelein Wegter
tel.: 06-52106612
E-mail: gwegter@ziggo.nl
 

KLACHTENCOMMISSIE

Commissie Onderwijsgeschillen
Postbus 85191
3508 AD  Utrecht
www.onderwijsgeschillen.nl
 

INSPECTIE

Voor klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld kunt u contact opnemen met het Meldpunt Vertrouwensinspecteurs
Tel: 0900 -1113111.
www.onderwijsinspectie.nl
 

6.8 VERZEKERINGEN BASISONDERWIJS ARCADE


Onderwijsstichting Arcade heeft een beperkte collectieve verzekering afgesloten tegen ongevallen. Deze geldt alleen tijdens schooluren, tijdens evenementen in schoolverband en gedurende het rechtstreeks gaan van huis naar school en terug. De polisvoorwaarden kunt u desgewenst inzien.

Aansprakelijkheid:
Aansprakelijkheid als gevolg van handelen van personen
In het navolgende is ervan uitgegaan dat de leerlingen de leeftijd van veertien jaar nog niet hebben bereikt. Als een kind schade toebrengt aan (de eigendommen van) een ander kind of aan de school zijn de ouders/verzorgers hiervoor aansprakelijk. Ouders/verzorgers van een kind dat letselschade of schade aan kleding etc. heeft opgelopen, kunnen de ouders/verzorgers van het schadeveroorzakende kind hiervoor aansprakelijk stellen. Het onderwijspersoneel kan (mede) aansprakelijk zijn indien er sprake was van onvoldoende toezicht en dit onvoldoende toezicht (mede) oorzaak was van het toebrengen van schade. Een lid van het onderwijsteam kan, eventueel samen met de onder zijn toezicht staande “dader”, aansprakelijk worden gesteld. Is de leerkracht aansprakelijk, dan is tevens de werkgever (bevoegd gezag) aansprakelijk. Als een onderwijzer bijvoorbeeld tijdens een ouderavond tijdens het inschenken van koffie de kleding van een van de ouders/verzorgers beschadigt, dan kan de ouder zelf bepalen of hij de leerkracht dan wel het bevoegd gezag aanspreekt. Wordt de leerkracht aangesproken, dan kan deze de vergoede schade verhalen op het bevoegd gezag (regresrecht). Hierbij geldt wel als voorwaarde dat er geen sprake mag zijn van opzet of bewuste roekeloosheid.

Onroerend goed
Het bevoegd gezag heeft als bezitter c.q. juridische eigenaar van gebouwen een risicoaansprakelijkheid. Als bijvoorbeeld een dakpan, die van het schoolgebouw valt, schade aanricht aan personen of eigendommen van anderen, kan het bevoegd gezag hiervoor aansprakelijk worden gesteld.